ARTICLES

Boekrecensie ‘Complete Vocal Technique’ C Sadolin (nl)

Date: 04/04/2006

Published in: Het Bulletin van de Vereniging voor Zangdocenten Nederland

De laatste jaren komen er steeds meer zangpedagogen die hun werkwijze uitwerken tot een nieuwe methode. Ondersteund door cursussen, een boek en een website raken deze methodes bekend bij amateurs en professionals. Sommige pedagogen presenteren hun methode als ‘nieuw’ en ‘spectaculair’, of als de enige goede. Ook claimen sommigen dat er niet alleen sprake is van een nieuwe methode maar ook van een geheel nieuwe zangtechniek. Dit werkt in de hand dat er voor- en tegenstanders van een dergelijke methode ontstaan, die dan weer met elkaar in discussie gaan. Lees bijvoorbeeld de weblog van Vocalisten.nl en de oproep naar aanleiding hiervan in dit blad onder het kopje ‘forum’.



CVT

Een van de methodes waarover je de laatste tijd veel hoort, is de methode van de Deense Cathrine Sadolin. Deze methode wordt ook aangeduid met ‘CVT’: Complete Vocal Technique, naar de titel van het boek dat ze schreef. In 2004 verscheen dit boek in het in het Nederlands onder de titel ‘Complete Zang Techniek’. (Distributie de Haske. ISBN 87-986797-4-0). Hieronder zal ik iets uitleggen over de opzet van het boek en de uiteengezette ideeën.


Complete Zang Techniek

Je methode het woord ‘compleet’ mee te geven is tamelijk riskant lijkt me. Maar Sadolin heeft zich er dan ook niet vanaf gemaakt; Voor me ligt een pil van meer dan 250 bladzijden, rijkelijk geïllustreerd met heldere diagrammen en illustraties en een cd met oefeningen en voorbeelden. Alleen die prestatie verdient al respect, zoiets schud je niet even uit je mouw. De opbouw van het boek is heel duidelijk en wordt daarnaast ook nog apart uitgelegd aan het begin van het boek. Sadolin behandelt vier onderwerpen. Zij verhouden zich als een pyramide: A is voorwaarde voor B, B is voorwaarde voor C etc. Ze geeft ze weer, in een diagram.

Opbouw

A. De drie basisprincipes: Open keel, Ademsteun en ‘Het vermijden van een vooruitgeschoven kaak en lipspanning’. B. De vier stemfuncties: Neutral, Curbing, Overdrive en Belting. Deze worden beschreven qua klank: Het al of niet metalig zijn, het gebruikte volume, de klinkers en de toonhoogte waarop de desbetreffende klank gerealiseerd kan worden zijn de belangrijkste vier parameters die ze gebruikt om de klank te definiëren. Verder legt ze uit in welke stijlen de klanken het meest voorkomen en welke emotie erbij past. C. Klankkleur: donker of licht. Deze is te beïnvloeden door de stand van het strotklepje en het strottenhoofd, de vorm van de mond en de tong, de stand van het gehemelte en de opening of sluiting van de neusholte. D. Effecten. Deze kun je (optioneel) toepassen als je het voorafgaande beheerst. Het gaat om distortion, rattle, growl, breaks, toegevoegde lucht, schreeuwen, vibrato, ornamentatie en hese aanzetten en creaks. Dit heldere overzicht en ook een aantal steekhoudende opmerkingen in haar inleiding maken dat ik met een optimistisch gevoel aan de rest van het boek begin. Onderdeel A en C zijn natuurlijk overbekend en zeker niet ‘nieuw’. Ik begin desondanks toch maar gewoon bij het begin.



Benadering

De eerste twee hoofdstukken over adem en ademsteun beslaan meteen 22 pagina’s. Het valt me op dat, waarschijnlijk met het oog op duidelijkheid, er wel erg veel, en ook op een tamelijke omslachtige wijze, wordt uitgelegd. Enerzijds wordt er hierbij gekozen voor een fysiologische benadering, anderzijds wordt er geprobeerd moeilijke woorden te vermijden. Deze twee benaderingen gaan niet goed samen en leiden tot een ‘geen vlees, geen vis’ gevoel. De tweeslachtigheid komt ook op andere vlakken terug: Eerst wordt benadrukt dat je zelf moet kijken welke ademhaling voor jou het beste werkt, later wordt er duidelijk aangegeven welke ademhaling het meest wenselijk is.

Adem

Bij de adem wordt verder de actieve rol van de tussenribspieren bij het inademen niet vermeld. Bij de uitleg over de houding is er opnieuw tweeslachtigheid: Er wordt een lastige, tamelijk onnatuurlijke, oefening gegeven voor een goede houding, meteen erna wordt gezegd dat je een houding moet aannemen die past bij je lichaam. De relatie tussen die oefening en die laatste opmerking wordt niet gelegd. Bij het deel over ademsteun valt me weer hetzelfde op; Veel uitleg, maar weinig ‘pointe’. Er wordt steeds gesproken over ‘het uitstellen van de uitademing’ en ‘het vasthouden van de adem’, alsof je niet uitademt als je spreekt of zingt, in plaats van dat er iets wordt uitgelegd over het reguleren van de ademdruk. Later schrijft ze wel dat de ademsteun altijd flexibel moet zijn, maar zonder een relatie te leggen met de gezongen toonhoogte of het volume. Ook schrijft Sadolin; “Het middenrif werkt hard om lucht los te laten, vooral als je te diep hebt ingeademd.” Het ‘loslaten van lucht’ zoals zij het noemt, gebeurt juist als het middenrif zich ontspant en dus niet ‘hard werkt’. Daarna volgt er een verhaal over inwendige ademsteun en actieve ademsteun. De theoretische kant hiervan vind ik weer matig onderbouwd en uitgelegd, enkele oefeningen zijn echter duidelijk en bruikbaar.

Ademsteunwaarden

Waar ze het gebruik van de ademsteun gaat koppelen aan het maken van klanken komt er een heel verhaal over ‘ademsteunwaarden’ (de hoeveelheid energie die je nodig hebt voor de ademsteun) en een hele reeks van oefeningen voor de bewustwording van die waarden. (Opdracht: “oefen de ademsteunwaarden voor elke willekeurige toon”). Ofschoon het idee van ‘ademsteunwaarden’ goed uitdrukt dat elke toon zijn eigen ademspanning heeft, is de methode om er mee te oefenen naar mijn idee veel te omslachtig. In het ergste geval gaat iemand die vooraan in het boek begint, dit oefenen totdat hij het onder de knie heeft, terwijl dit bij uitstek een vaardigheid is die zich bij vrijwel alle zangers langzaam ontwikkelt. De oefening is ook veel beter toepasbaar binnen de context van een muziekstuk dan, zoals Sadolin voorstelt, bij willekeurig gezongen losse tonen. Ook in de fysieke benadering, bij het oefenen van het intrekken van de spieren rond de navel en het tegelijkertijd ‘bol houden van de zonnevlecht’, slaat ze door. Je moet er niet aan denken dat iemand al die oefeningen gaat doen, zonder een juiste dosering en zonder een goede afwisseling tussen oefeningen die versterken en oefeningen die flexibel maken. Ze schenkt hieraan helaas geen aandacht.



De Stembanden

In het hoofdstuk over De Stembanden staan diverse onjuistheden: “Er ligt een beweegbaar slijmvlies om de ligamenten en hun spieren. Dit slijmvlies creëert geluid met zijn bewegingen.” Zou ze hier het ‘Bernouilli-effect’ bedoelen? Eigenlijk is het zo dat overal waar ik het hoofdstuk ‘Basisprincipes’ opensla, er vaagheden en/of onjuistheden staan.

Registers

Het meest vreemde hoofdstuk gaat over registers: Haar samenvatting is: “Een register is een specifieke reeks tonen en heeft niets te maken met de klank van je stem of de manier waarop je zingt.” Ook spreekt ze zichzelf tegen : Op bladzijde 63 bespreekt ze het borstregister (“ In de borststem is er sprake van resonans in het borstbeen”) en op bladzijde 71 schrijft ze : “De termen ‘borststem’ en ‘kopstem’ zijn totaal verkeerd en misleidend.” Het lijkt echt alsof ze onvoldoende fysiologische/anatomische kennis heeft en vooral alsof ze zich baseert op achterhaalde kennis. Ik ben inmiddels veel minder positief en sla nieuwsgierig het hoofdstuk op over de ‘Stemfuncties’.

EVTS

Het doet me meteen aan de EVTS methode denken waar ook gewerkt wordt aan een aantal verschillende, nauwkeurig omschreven, klanken. Binnen de zeer individualistische praktijk van het jazz- en poponderwijs, waarin de ontwikkeling van een eigen identiteit nummer één is (en waarin ik werkzaam ben), is dit nog steeds geen werkwijze die mijn voorkeur heeft. Maar het biedt natuurlijk wel aanknopingspunten om bepaalde klanken zeer duidelijk te definiëren en te oefenen. De introductie over ‘De Stemfuncties’ leest als een verhaal over registers. Het hoofdstuk over de stemfunctie ‘Neutral’ bevat veel aanwijzingen over wat het is en hoe je het kan opwekken. Toch is het moeilijk om een klankvoorstelling ervan te krijgen. Waarschijnlijk is het wel meteen duidelijk als ze naast me zou staan en het voor zou doen.

De CD

Tijd dus om de cd eens op te zetten. Bij de ‘neutral’ voorbeelden hoor ik iemand die in mijn beleving met een min of meer ‘klassieke klank’ (het falsetregister overheerst, ook in de laagte) een aantal ‘lichte’ loopjes zingt. De voorbeelden die ze noemt, Ella Fitzgerald, Julie Andrews, hoor ik hier niet in terug. De verschillende variaties (hoog/laag strottenhoofd, zacht en comprimeerd neutral) zijn wel waar te nemen. Maar zou een beginner dat ook kunnen? Ik ga eens luisteren hoe je ‘metaalachtig neutral’ kunt vinden. Klinkt goed, niet helemaal mijn smaak, maar toch. Bij voorbeeld 86-2 hoor je meteen een ‘metal- zanger’ op zijn best. Meteen maar even nadoen. Dat lukt best. Ik voel het wel, er zijn spieren aangesproken die ik normaal weinig gebruik. Je moet er niet aan denken dat een ongeschoold iemand hiermee zelf aan de slag gaat. Ik moet zeggen dat ik de meeste kleurvariaties die zij voordoet, ervaar als variaties betreffende de hoogte van het strottenhoofd, de stand van de tong, de hoeveelheid nasaliteit etc. Allemaal heel bekende zaken. Is het nu echt nodig om daar zo ingewikkeld over te doen en al die namen ervoor te verzinnen?

Muzikale Context

Als je de voorbeelden luistert van de andere Stemfuncties (Curbing, Overdrive, Belting) word je niet vrolijk. Het meeste klinkt erg onaangenaam en soms geforceerd. Dat hangt ook zeker samen met het feit dat geen enkele klank in een muzikale context gedemonstreerd wordt. Het zet me weer aan het denken of het echt zo wenselijk is, elk mogelijk geluid met je stem te kunnen voortbrengen en vooral of het wenselijk is dit systematisch te oefenen. Ik vind zelfs een pagina achter in het boek met daarop een schema dat een overzicht biedt van alle mogelijke combinaties van Stemfunctie, klinker, toonhoogte en luidheid. Op dit schema kan je je technische vaardigheden aantekenen. Het komt mij voor als een horror scenario om dit schema te moeten doorwerken. Ik meen uit haar diverse opmerkingen te kunnen opmaken, dat je hier gelukkig vrij in bent!

Speciaal?

Is het hele boek dan kommer en kwel? Ik moet eerlijk zeggen dat ik het niet weet, maar wel het ergste vrees op grond van wat ik heb gelezen en beluisterd (meer dan 50% van de 255 pagina’s en 94 cd tracks). Helaas. Er is een overdaad aan informatie, hetgeen haar stelregel dat zingen simpel is erg ondermijnt. Ze maakt het namelijk allemaal erg ‘speciaal’ en vooral heel erg ingewikkeld. Het lijkt me een boek dat je vooral niet als leek moet gaan gebruiken en dat zijn waarde waarschijnlijk vooral zal bewijzen als naslagwerk bij door Sadolin gegeven lessen. Ik vind het ook erg jammer dat het weer een methode is waaruit duidelijk een frustratie spreekt ten opzichte van reeds bestaande zienswijzen en eerder genoten zangonderwijs, ondanks de energieke en enthousiasmerende toon van het boek. Hier en daar spreekt er zelfs iets ‘missionaris-achtigs’ uit het boek (‘Dit boek wordt aanbevolen door artsen en logopedisten'). Er spreekt een enorme behoefte en passie uit het boek om de stem en haar mogelijkheden systematisch te catalogiseren, en daarbij probeert Sadolin haar eigen opgedane zangpedagogische ervaringen te verwoorden en fysiologisch te verklaren. In het laatste schiet ze voor mij tekort.

Compleet

Verder had ze haar streven om compleet te zijn wat mij betreft achterwege kunnen laten: Het hoofdstuk over microfoontechniek is bijvoorbeeld matig en mist de meest belangrijke items. Ze geeft – out of the blue en in sneltreinvaart- hele leuke tips voor interpretatie/presentatie en leuke improvisatie oefeningen. Als je daarentegen de bijbehorende cd-tracks beluistert hoor je echter bloedeloos gezongen saaie oefeningen. Ik heb ondertussen van diverse collega’s begrepen dat Cathrine Sadolin een bevlogen pedagoge is. Desalniettemin gaat haar boek wat mij betreft voorlopig weer terug in de kast. Misschien ga ik in de toekomst gewoon eens een kijkje nemen bij haar lessen...
Copyright Ineke van Doorn april 06

to the top